Hoewel koken op gas traditioneel als voordelig wordt gezien, laten recente berekeningen zien dat inductiekookplaten structurele, maar vaak onzichtbare besparingen opleveren. Achter de gebruikelijke prijsvergelijkingen gaan diverse factoren schuil, waaronder rendement, verbruik en bijkomende kosten. De keuze tussen gas en inductie voor in de keuken vraagt dus om meer dan alleen de aanschafprijs mee te nemen in de afweging.
De zichtbare en verborgen kosten van gas en inductie
Kijkend naar de aanschafprijs lijkt een gasfornuis aantrekkelijk, met prijzen tussen de 100 en 300 euro. Een inductiekookplaat begint meestal rond de 300 euro en loopt op bij extra functies. Toch zijn dat niet de enige kosten om mee rekening te houden. Bij een gasfornuis komen er kosten bij voor het aansluiten op het gasnetwerk of bij de aanschaf van gasflessen, naast controles van installaties. Inductie werkt op elektriciteit, vergt geen gasaansluiting, maar vereist vaak wel de aanschaf van geschikte pannen als die nog niet in huis zijn, wat het budget verder kan beïnvloeden.
Efficiëntie: waar de echte besparing schuilt
Het verschil tussen beide opties wordt vooral duidelijk bij de energieprestatie. Inductiekoken kenmerkt zich door een energierendement van 90%: vrijwel alle gebruikte energie wordt direct omgezet in warmte in de pan. Gas komt daar met 60% minder dicht bij in de buurt. Dit verschil betekent dat per jaar voor eenzelfde resultaat de inductiekookplaat slechts 222 kWh nodig heeft, terwijl een gasfornuis daar 333 kWh voor moet gebruiken. Dit verschil in efficiëntie verlaagt de structurele kosten van inductie, ook als elektriciteit per kWh duurder lijkt.
Energieprijzen en het uiteindelijke kostenplaatje
De actuele elektriciteitsprijs bedraagt 0,1952 euro per kWh. Bij gebruik van inductie resulteert dit in een jaarlijkse energiekost van ongeveer 43 euro. Gas varieert sterk: als het huishouden al op gas verwarmt, komt de kWh-prijs neer op 0,09867 euro en betaalt men per jaar rond de 32 euro. Wie echter alleen voor koken gas betrekt, betaalt 0,12926 euro per kWh (eveneens circa 43 euro per jaar), terwijl koken met flessen zelfs het duurst is. Opvallend is dat het voordeel van goedkoop gas dus vooral geldt bij combinatiegebruik; enkel voor koken vervaagt dat verschil.
Invloed van gewoonten en onderhoud op besparingen
Belangrijker dan de keuze tussen gas of inductie, zijn de kookgewoonten en het onderhoud van het toestel. Door bijvoorbeeld de juiste panmaat te gebruiken en pannen goed af te dekken, gaat er minder warmte verloren en daalt het verbruik automatisch. Ook het uitzetten van de kookplaat voor het einde van de kooktijd benut de overgebleven restwarmte, wat bespaart. Regelmatig onderhoud, zoals het reinigen van branders of controle van panbodems op vervorming, voorkomt onnodige energieverliezen. Door hetzelfde type gewoonten toe te passen, kan men zowel bij gas als inductie extra besparen, al blijven de technische grenzen van het rendement bestaan.
Techniek en toekomst: kiezen voor structurele besparing
De overstap naar inductie vraagt weliswaar een hogere investering, maar levert op langere termijn lagere energiekosten en minder warmteverlies op. Voor huishoudens zonder gasaansluiting, of bij nieuwbouw en renovatie, wordt de keuze voor inductie steeds relevanter, zeker met het oog op duurzaamheid en veranderende energieprijzen. Bovendien sluit inductie beter aan bij de groeiende elektrificatie van huishoudens. Praktisch gezien blijft alleen de aanschaf van geschikte pannen een aandachtspunt.
De beslissing tussen gas en inductie gaat verder dan alleen de aanschafprijs. Inductiekoken blijkt door zijn hoge rendement en focus op efficiëntie een structurele besparing te bieden, zeker wanneer optimaal wordt gekookt. Voor veel huishoudens weegt dit rendement de eerste aanschafkosten op termijn ruimschoots op.